|
column 28 november 2007
Niet de Islam, niet het terrorisme, maar de bureaucratie binnen de
overheid is het echte gevaar voor de Nederlandse samenleving. De
bureaucratie is inmiddels in alle geledingen van onze maatschappij
verankerd en houdt onze maatschappij in een verstikkende houdgreep. Als
gevolg van die bureaucratie faalt de overheid voortdurend, elke dag weer
opnieuw en op vrijwel elk terrein binnen onze samenleving.
Het gaat dus
al lang niet meer om de veiligheid binnen onze samenleving, de thuiszorg
voor ouderen, een goede mobiliteit voor de burgers, de ruimtelijke
ordening, maar om de aanpak ervan. Het probleem is niet de
criminaliteit,maar de bestrijding ervan. Het probleem is niet de
thuiszorg, maar de aanpak ervan.
Het terrein waarop dit het meest
pregnant tot uitdrukking komt is de dagelijkse fileproblematiek. Een
probleem dat al decennia bestaat, maar door het ontbreken van een
coherente aanpak steeds nijpender wordt. Er wordt nog steeds op dezelfde
traditionele manier gedacht in oplossingen en oplossingsrichtingen: een
spitsstrookje hier, een extra afslagje daar. Een samenhangende visie op
mobiliteit ontbreekt. Men spreekt over een jaarlijkse groei van vijf
procent van de spoorcapaciteit, terwijl een vervijfvoudiging nodig is om
automobilisten een echt alternatief te bieden. Als we het vrachtverkeer
overdag zouden weren, dan zouden we niet alleen de capaciteit van onze
wegen echt vergroten, maar tevens het aantal ongelukken fors terug
kunnen dringen. We moeten dan wel het lef hebben om het vrachtverkeer
vrij te stellen van wegenbelasting, waarmee men de organisatorische
problemen die met deze operatie gepaard gaan op een adequate manier kan
aanpakken. Lef is daarvoor nodig en ambitie. Maar van wie eigenlijk? Van
150 Tweede-Kamerleden. Alleen zij, en alleen gezamenlijk zijn zij in
staat om de maatschappij die noodzakelijke wending te geven.
Hoewel een dergelijke wending ook vanuit de maatschappij zou kunnen
ontstaan, is de kans van slagen gering, omdat ook in de maatschappij de
bestaande machthebbers gericht zijn op een ‘status quo’: zij die kunnen
willen niet en zij die willen kunnen niet.
Er zijn in onze maatschappij talloze mensen individueel en samen op een
fantastische manier bezig om onze maatschappij leefbaarder te maken,
maar zolang de 150 Tweede-Kamerleden zich bezighouden met
fietsverlichting zijn al deze goedbedoelde activiteiten gedoemd te
mislukken. Zolang de ‘sense of urgency’ bij die 150 Tweede-Kamerleden
ontbreekt, zal de maatschappij niet veranderen.
Ja, ik ben heel trots op Nederland en op heel veel Nederlanders, maar
nog niet trots op onze 150 Tweede-Kamerleden. Als Rita Verdonk dat voor
elkaar krijgt, dan zal ik ook trots op haar zijn.
John Boersma
|