|
column 3 december 2006
Nu diverse politieke partijen in de gaten krijgen dat nieuw beleid
(lees: leuke dingen voor de mensen) alleen te realiseren is als je
ergens anders middelen vandaan haalt, lijkt de overheid eindelijk
onderwerp van discussie te worden. Of liever gezegd: het mikpunt, want
een inhoudelijke discussie over de taken van de overheid wordt nog
steeds niet gevoerd.
Alle grote politieke partijen denken gelden vrij te maken door
ambtenarij en bureaucratie te verminderen, overigens zonder expliciet
aan te geven hoe men dit doel zou kunnen realiseren.
Ook is niet duidelijk waarom men op sommige overheidsorganisaties wil
besparen. Zo wil de PvdA op de kosten voor waterschappen bezuinigen,
zonder expliciet aan te geven waarom juist hier. De VVD lijkt te kiezen
voor de kaasschaafmethode: alle overheidsorganisaties moeten een deel
van de middelen inleveren.
Een fundamentele discussie over wat tot de taak van de overheid gerekend
moet worden zou niet alleen de aandacht verleggen van issuepolitiek naar
meer ideologische politiek, het zou tevens de horizon verleggen van
politici.
De politiek mist een visie op de overheid, zoals zij overigens ook een
visie mist op Europa.
Van een liberale partij is dat nog te begrijpen, voor een
sociaal-democratische partij is dat een gotspe. Hoe lang de (in)formatie
ook mag duren en welke partijen uiteindelijk ook een regering zullen
vormen, het is nu echt hoog tijd dat de politieke partijen de
verschillen overboord gooien en zich gezamenlijk richten op de toekomst
van Nederland. Daarvoor is nieuw beleid, maar vooral nieuw denken nodig.
Als er iets duidelijk is geworden na de laatste verkiezingen dan is het
dat we met het denken in termen van links en rechts de maatschappelijke
problemen niet oplossen. Ik zal twee voorbeelden geven.
Het fileprobleem
is Nederland wordt niet opgelost door meer asfalt te leggen en evenmin
door niets te doen. Er zijn andere, innovatieve ideeën nodig om dit
probleem aan te pakken, zoals het weren van vrachtverkeer overdag of
anders geformuleerd: het krachtig stimuleren om het vrachtverkeer ’s
nachts te laten rijden. Het tweede voorbeeld betreft Schiphol. Inmiddels
hebben we twee decennia lang discussies tussen links en rechts, tussen
uitbreiden en indammen. Als één van de afgelopen kabinetten de durf had
gehad een tweede nationale luchthaven aan te leggen in bijvoorbeeld
Emmeloord, dan zou niet alleen de geluid- en milieuhinder aanmerkelijk
minder zijn dan nu, maar dan zouden er tevens heel veel miljarden zijn
bespaard op steun aan de economische ontwikkeling van Noord-Nederland.
De Nederlandse samenleving heeft er meer dan ooit recht op dat de
politiek zich nu gezamenlijk richt op de oplossing van de problemen in
onze maatschappij, terwijl de uitslag van de verkiezingen een toenemende
polarisering laat zien tussen de politieke partijen. Het wordt tijd dat
de politiek haar maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt.
John Boersma, innovatieadviseur
|