|
column 14 maart 2008
Als innovatieadviseur kom ik elke dag bij ondernemers. Ik constateer
dat er goede, minder goede en slechte ondernemers zijn. De goede
ondernemers stellen zichzelf en de organisatie, dus ook de werknemers,
heldere doelen en stellen die doelen ook bij als daar aanleiding toe is.
Goede, of beter slimme ondernemers maken optimaal gebruik van de
talenten van werknemers. In tijden van schaarste is het nog belangrijker
om de talenten van werknemers optimaal te gebruiken. Wat merkwaardig is
het toch om in tijden van personeelsschaarste te spreken over een
versoepeling van het ontslagrecht. Is het niet kortzichtig, ja zelfs
naïef om te denken dat je een betere ondernemer bent of kunt worden als
je werknemers makkelijker kunt ontslaan. Wat naïef om te denken dat de
werkgeversorganisatie VNO-NCW tweehonderdduizend kansloze werknemers aan
een baan wil helpen in ruil voor een versoepeling van de mogelijkheden
om andere werknemers van zich af te stoten. Bovendien: wiens primaire
verantwoordelijkheid is het: die van de overheid of die van werkgevers?
De werkgeversorganisaties kunnen zich beter richten op een andere groep
van potentiële werknemers: de groep van enkele honderdduizenden
werknemers die bij de overheid of semi-overheid op de loonlijst staan en
geen meetbare effectiviteit hebben. Dat zou bedrijven én particulieren
heel veel belastingen besparen en voorkomen dat we een tweede golf van
integratieproblemen krijgen in de vorm van honderdduizenden
Oost-Europeanen.
Tenslotte: zoals er goede, minder goede en slechte ondernemers zijn, zo
zijn er ook goede, minder goede en slechte werknemers. Zoals er ook
goede, minder goede en slechte mensen zijn.
John Boersma
|